“Dus,” zei hij, terwijl hij ging zitten alsof hij een toets ging maken, “ik heb het gelezen. Waar zijn de antwoorden?”
Ik heb een coachee het boekje De BOFfertjes Fabriek mee gegeven. Hij schreef vroeger ook regelmatig verhalen en buigt zich tegenwoordig graag over filosofische vraagstukken. Ik was benieuwd wat hij ervan vond.
Ik glimlachte. “Dankejweil,” antwoordde ik, “precies zoals ik het bedoelde. Geen antwoorden, alleen maar vragen.”
“Maar je hoort toch ergens naartoe te werken? De verhalen moeten je eindelijk tot een inzicht leiden waar je iets mee kunt?”
Hij zocht naar het recept. Hoeveel gram inzicht, hoeveel minuten reflectie, wanneer omdraaien. Helaas werkt het in de Boffertjes Fabriek niet zo.
In deze fabriek ontsmetten we de antwoorden niet. We leggen ze niet in nette rijtjes. We laten ze een beetje plakken, een beetje mislukken. We bakken ze soms te lang, soms te kort. We vergeten ze om te draaien.
En juist daar—tussen het net niet en het nog niet—begint het.
Dat hij al was begonnen met spelen, had hij het niet eens door. Hij vertelde over een aantal veranderingen die hij aan het toepassen was. Hij vond dat hij opeens helderder is. Omdat hij begon te proeven in plaats van te reproduceren.
“Het voelt anders,” zei hij op een dag.
Helderder. Vrijer. Het deed met denken aan Mevrouw Helderder. Hier zou ze nerveus van worden. Want vrijheid laat sporen achter. Kruimels. Vlekken. Maar in de Boffertjes Fabriek weten we: zonder die sporen geen smaak.
Het boekje was nooit bedoeld als eindpunt. Het was een uitnodiging. Geen handleiding, maar een deur. En hij—met zijn behoefte aan ankers en antwoorden—was erdoorheen gestapt zonder het te merken.
Niet ontsmet. Niet perfect. Wel echt.
En ergens, tussen de kruimels, lag een bordje met boffertjes.
Maar precies goed.
En jij— hoeveel ruimte voor vlekken en kruimels sta jij jezelf toe?