
Het is eigenlijk wel bijzonder: al die leuzen die we kinderen meegeven, maar zelf moeiteloos over de schutting gooien als het om ons eigen haagje gaat. Een van die leuzen – die perfect past bij hét sportevenement van dit moment – is: “samen spelen, samen delen.”
Samen delen doen we in ieder geval: gespannen zitten we naar de Olympische Spelen te kijken. Maar kijken we ook echt hoe ze spelen? Met zichzelf, met de ander, met de omstandigheden? Of kijken we vooral naar hoe ze presteren? Heeft het spelen nog waarde, of telt uiteindelijk alleen het resultaat?
Als we links en rechts om ons heen kijken, lijkt het alsof alleen de uitkomst telt. En toch klopt dat niet helemaal.
Tijdens een leiderschapstraining raakte ik met een van de deelnemers in gesprek over prestatiedrang bij jonge mensen. Het werd een levendige discussie, vooral omdat hij er oprecht niets van begreep. “Wie wil er nou niet winnen?” riep hij verbaasd uit.
Zijn verbazing werd nog groter toen hij een verhaal vertelde over zijn eigen zoon.
Die was op een middag aan het voetballen met vrienden. Toen hij thuiskwam, vroeg zijn vader vol verwachting: “En? Wie heeft er gewonnen?”
Zijn zoon keek hem even aan en zei droogjes:
“Gewonnen? Daar gaat het toch niet om, pap. Het gaat om het spel, om samen plezier maken.”
De vader kon dat maar moeilijk bevatten.
“Ja, maar hebben jullie dan niet de score bijgehouden?”
De jongen haalde zijn schouders op.
“Nou, als je zo nodig een score wilt horen… 5:5. Nu tevreden?”
Dat was hij dus niet. Hij begreep het simpelweg niet. Hoe kun je nu niet willen winnen? Toen hij zo oud was als zijn zoon, draaide alles om de score. Om het bewijs dat je beter was. Bijna verontwaardigd zei hij: “Vroeger moest je weten of je had gewonnen of verloren. Anders kon je net zo goed niet spelen.”
Ik vond de houding van zijn zoon juist verfrissend. Als coach van diverse jeugdteams weet ik uit ervaring dat kinderen winnen natuurlijk leuk vinden, maar dat plezier vaak belangrijker is. Het spel zelf. De lol samen. Het opgaan in het moment. Dáár genieten veel van hen het meest van.
En dat geeft mij hoop.
Het idee dat deze jonge generatie in staat is om plezier, teamwork en presteren in balans te houden – en dat misschien ook mee te nemen naar hun latere werk. Dat we leiders krijgen die resultaten belangrijk vinden, maar niet ten koste van alles. Leiders die begrijpen dat samenwerking en werkplezier geen bijzaak zijn, maar randvoorwaarden voor duurzame prestaties.
En dan nog die score: 5:5. Misschien is dat wel het nieuwe goud. Geen winnaar, geen verliezer, wel inzet, samenwerking en spel. Soms is dát alles wat telt.
In een tijd die wordt gedomineerd door polarisatie, rankings, targets en harde oordelen, voelt 5:5 bijna als een stil statement. Een uitnodiging om anders te kijken. Om te erkennen dat niet elke wedstrijd beslist hoeft te worden om waardevol te zijn.
Misschien is winnen niet altijd nodig. Misschien is plezier, verbinding en samen leren al winst genoeg. Misschien is 5:5 dan inderdaad het nieuwe goud. Misschien is 5:5 altijd al goud geweest, en zijn we het gaandeweg gewoon vergeten.
Dus ouders: blijf de leus “samen spelen, samen delen” scanderen. Blijkbaar blijft die toch hangen.
En voeg vooral daden bij je eigen woorden.
Bijgaand nog een aantal vragen die uitnodigen tot reflectie en groei, voor degene die zin heeft gekregen te spelen met zijn perspectieven:
- Wat betekent “winnen” voor jou persoonlijk? En hoe belangrijk is winnen in verschillende aspecten van je leven, zoals werk, sport en persoonlijke relaties?
- In welke situaties voel jij de drang om te bewijzen dat jij beter bent dan anderen? Wat zegt dit over jouw overtuigingen en doelen?
- Wat zou er veranderen in jouw interactie met anderen als spelen, ontdekken en nieuwsgierig zijn belangrijker worden dan winnen?