Een typische Alex-actie. Vrij impulsief. Gewoon beginnen. En vooral erop vertrouwend dat het wel goed zal komen.
En toch — deze ene keer was ik niet al te naïef. Want vroeger negeerde ik kleine signalen nogal eens. Ik schoof ze opzij. Deze keer echter niet. Deze keer pakte ik het meteen op. Had ik iets meer kunnen vertragen om dubbel werk te voorkomen? Achteraf wel, ja. Maar dan had ik de klus nog steeds niet geklaard. En zat ik nu niet met een gerust gevoel op de bank.
Het begon jaren geleden. Het verende lipje van het deurslot brak — waardoor de voordeur niet meer automatisch in het slot viel als je het dagslot eraf haalde. Om hem alsnog op slot te krijgen, moest je het lipje handmatig terugzetten. Vervelend, maar er viel mee te leven.
Jarenlang geen enkel probleem.
Tot afgelopen maand. Twee keer troffen we de voordeur open aan. Twee keer, kort na elkaar. En wie snapt waarom het jarenlang goed ging en nu opeens niet meer? Pubers en jongvolwassenen met een eigen dag-nachtritme. Vrienden die komen en gaan. Die niet weten van dat lipje. En die op latere tijdstippen van de avond niet altijd even scherp zijn — wat volkomen begrijpelijk is, maar ondertussen staat de deur open.
Twee incidenten dicht op elkaar. Dat begint op een patroon te lijken. Dus: actie.
Het lange Hemelvaartsweekend leek me een goed moment. Ik fietste naar de lokale bouwmarkt en kreeg een slot mee dat er op het eerste gezicht prima uitzag. Maar tijdens de montage viel me op dat de schroeven korter waren dan bij het oude slot. En dat er geen keurmerk op zat.
Maak je niet zo druk, Alex. Dat was mijn eerste ingeving.
Maar er was ook een onderbuikgevoel. Eentje die zei: dit is niet goed genoeg. Aan dat gevoel heb ik ruimte gegeven. De financiële schade voor lief genomen. De volgende dag een nieuw slot gehaald, nog een middag eraan besteed om alles passend te krijgen.
Het resultaat? Een slot dat deugt. En vooral een gerust gevoel.
En jij? Waar in je leven zou het slot eraf moeten? En waar juist — eindelijk — erop?